Home > Aansprakelijkheid algemeen > Kosten toezicht en tuchtrecht worden doorberekend aan de juridische beroepsgroepen
Kosten toezicht en tuchtrecht worden doorberekend aan de juridische beroepsgroepen

Kosten toezicht en tuchtrecht worden doorberekend aan de juridische beroepsgroepen

Met de ‘Wet doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen’ van 7 december 2016 worden in de Advocatenwet, de Gerechtsdeurwaarderswet en de Wet op het notarisambt regels opgenomen ter zake (i) de doorberekening van kosten van toezicht op notarissen en gerechtsdeurwaarders, en (ii) de doorberekening van de kosten van tuchtrechtspraak van advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders.

Deze kosten worden doorberekend aan de betreffende beroepsgroepen. Bij verordening kunnen de beroepsgroepen (Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, Nederlandse orde van advocaten (Nova) en de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders) regels stellen over de doorberekening van de kosten die zij maken in verband met de uitoefening van tuchtrechtspraak (en in het geval van de KNB en de KBvG toezicht) aan haar leden.

Volgens de wetgever verbetert de doorberekening van de kosten de effectiviteit, de kwaliteit- en integriteitbewaking van de beroepsgroepen. Met deze wet wordt de verantwoordelijkheid voor de handhaving van en het bevorderen van de kwaliteit van de beroepsuitoefening volgens de wetgever neergelegd bij de beroepsgroepen zelf.

De KNB), de KBvG en de Nova zijn tegen doorberekening van de kosten voor toezicht en tuchtrecht aan notarissen. De KNB is inmiddels met het ministerie van Veiligheid en Justitie in gesprek over een garantiefonds.

In haar brief van 23 oktober 2013 zet de Nova allerhande praktische en met name steekhoudende principiële argumenten uiteen tegen de doorberekening van kosten. De Nova stelt dat haar jaarlijkse kosten gemoeid met het toezicht circa EUR 12 miljoen bedragen en dat er nog altijd geen inzicht is in de kosten van het tuchtrecht.

De totale kosten voor het de Staat voor het toezicht op en de tuchtrechtspraak van voornoemde beroepsgroepen bedragen jaarlijks ongeveer EUR 7 miljoen.

Een financieel gevolg van deze wet zal zijn dat niet alleen de hoofdelijke omslag voor advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders stijgen, maar vermoedelijk ook dat uiteindelijk de eindafnemers (cliënten) deze kosten in zekere mate doorberekend zullen krijgen.

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip treedt de wet in werking. Mogelijk is dit op 1 januari 2018.

Auteur: mr. D.K. (Daan) Baas, advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen