U bent hier: Home > Algemeen > Aansprakelijkheid van medebezitters van dieren: the story continues…
Aansprakelijkheid van medebezitters van dieren: the story continues…

Aansprakelijkheid van medebezitters van dieren: the story continues…

Inleiding

Kan een echtgenoot de schade die hij lijdt door het paard dat hij samen met zijn echtgenote bezit, verhalen op de koetsiersverzekering van zijn echtgenote? De rechtbank Den Haag beantwoordt deze vraag bevestigend (rechtbank Den Haag 22 november 2016: ECLI:NL:RBDHA:2016:14755).

Feiten en omstandigheden

Man, vrouw (in gemeenschap van goederen gehuwd) en kind maken een tochtje met hun koets en paard. De vrouw ment het paard, het kind zit op de koets en de man loopt (op verzoek van zijn echtgenote) naast het paard omdat het paard onrustig is. Op enig moment schrikt het paard en drukt de man tegen een (stilstaande) auto, waarnaar de koets over zijn benen rijdt. De man verliest uiteindelijk een groot deel van zijn rechterbeen.

Voor de geleden schade spreekt de man achtereenvolgens aan: 1) zijn AVP verzekeraar, 2) de WAM-verzekeraar van de auto, en 3) de koetsiersverzekering die zijn echtgenote heeft afgesloten. Alle verzekeraars wijzen de claim af en de man start een deelgeschil tegen zijn vrouw en (uitsluitend) haar koetsiersverzekering. Deze verzekeraar verweert zich door een beroep te doen op Hoge Raad 29 januari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:162).

 Voorgeschiedenis van hangmatten, honden en paarden

Om de kansen van deze claim te kunnen beoordelen, is een stukje voorgeschiedenis nodig. Deze begint bij het Hangmatarrest (Hoge Raad 8 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM6095). Hierin is bepaald dat de benadeelde medebezitter van een opstal, de andere medebezitter voor door hem geleden schade kan aanspreken. Deze aanspraak is echter beperkt tot het aandeel dat de medebezitter in het opstal heeft. In het Hangmatarrest bleef dan ook 50 % van de schade voor rekening van de benadeelde/vrouw omdat zij en haar (in gemeenschap van goederen gehuwde) echtgenoot ieder voor 50 % eigenaar van de echtelijke woning waren.

Sinds dit arrest wordt geprobeerd om deze ‘Hangmat-regel’ ook toe te passen op andere bepalingen van risicoaansprakelijkheid in de wet, zoals artikel 6:179 BW. Dit artikel bevat een risicoaansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door een dier.

Een dergelijke claim werd door de rechtbank Den Haag op 4 maart 2015 in een zaak over een bijtende hond afgewezen. Geoordeeld werd dat de echtgenoot niet aansprakelijk is als medebezitter voor het letsel dat zijn echtgenote opliep door een beet van haar (hun) eigen hond. Het arrest Hoge Raad 29 januari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:162) heeft ons inmiddels geleerd dat de rechtbank Den Haag het hiermee bij het rechte eind had.

De Hoge Raad heeft immers in dat arrest (door beantwoording van prejudiciële vragen) geoordeeld dat bezitters van een dier (in casu: een paard) niet een medebezitter kunnen aanspreken voor schade die door dat dier bij hen is veroorzaakt. Dit geldt ook wanneer een dier wordt gebruikt in een gezamenlijk uitgeoefend bedrijf. Zie over dit arrest meer uitgebreid het eerdere artikel op deze kennispagina.

Kortom: de regel uit het Hangmatarrest is dus (onder omstandigheden) niet van toepassing op artikel 6:179 BW. Wat maakt dan dat de rechtbank Den Haag in (schijnbare) tegenstelling met deze voorgeschiedenis beslist?

De beoordeling

De rechtbank oordeelt allereerst dat het ongeval is veroorzaakt door eigen energie van het paard. Dit is een vereiste voor toepasselijkheid van artikel 6:179 BW. Dat de man en de vrouw medebezitter zijn van het paard, staat verder niet ter discussie.

Een cruciaal verschil met Hoge Raad 29 januari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:162) vormt echter (zie rechtsoverweging 4.8) dat in de onderhavige zaak de man de vrouw niet aanspreekt in haar hoedanigheid van medebezitter, maar in haar hoedanigheid van koetsier. Deze hoedanigheid is verzekerd onder de koetsiersverzekering. Deze bijzondere aansprakelijkheidsverzekering geldt – in tegenstelling tot een algemene aansprakelijkheidsverzekering – niet ten behoeve van beide echtgenoten. Alleen de vrouw (als koetsier) is verzekerde onder de polis. De verzekering ‘hangt’ dus niet aan het bezit van het dier, maar aan de hoedanigheid van koetsier. Zodoende gaat Hoge Raad 29 januari 2016 niet op en dient de man als derde te worden gekwalificeerd. De schade is gedekt onder de polis en de claim wordt toegewezen.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen