Home > Aansprakelijkheid algemeen > LETSELSCHADE: Internetonderzoek bij vermoedens van fraude in een letselschadezaak, feitenonderzoek of persoonlijk onderzoek?
LETSELSCHADE: Internetonderzoek bij vermoedens van fraude in een letselschadezaak, feitenonderzoek of persoonlijk onderzoek?

LETSELSCHADE: Internetonderzoek bij vermoedens van fraude in een letselschadezaak, feitenonderzoek of persoonlijk onderzoek?

Indien aanwijzingen bestaan dat een benadeelde (de partij die aanspraak maakt op vergoeding van letselschade) fraude pleegt, kan de verzekeraar onderzoek (laten) doen. Dergelijk onderzoek kan bijvoorbeeld bestaan uit het observeren van de benadeelde. In dergelijke gevallen is sprake van een ‘persoonlijk onderzoek’ waardoor de bepalingen in de ‘Gedragscode Persoonlijk Onderzoek’ (GPO) van toepassing zijn. Maar hoe zit het met het slechts raadplegen van openbare bronnen zoals het internet? Is ook dat onderzoek onderworpen aan de GPO? Twee uitspraken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geven richting bij de beantwoording van die vraag.

Inleiding

Aan de hand van de GPO kan worden bezien of onderzoek naar fraude op juiste wijze is verricht. Het is dan wel van belang dat sprake is van ‘persoonlijk onderzoek’. Valt ook een simpel internetonderzoek hier onder, of is dan slechts sprake van een ‘feitenonderzoek’?

Het eerste arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

In het arrest van 15 september 2015 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zich hier voorzichtig over uitgelaten.

Deze procedure betrof het hoger beroep van de bekende uitspraak van de rechtbank Almelo in een letselschadezaak tussen AEGON en een benadeelde. AEGON had op basis van internetonderzoek een betaalde schadevergoeding deels teruggevorderd omdat uit dat onderzoek zou zijn gebleken dat de benadeelde deelnam aan de Amstel Gold Race terwijl dat niet strookte met de door hem gestelde beperkingen die hij zou ondervinden als gevolg van een ongeval waarvoor AEGON als verzekeraar aansprakelijkheid had erkend. De benadeelde stelde dat het internetonderzoek van AEGON onrechtmatig was.

Het gerechtshof volgde de benadeelde hier niet in:

“Het hof volgt [appellant] niet in zijn stelling dat Aegon de internetinformatie op onrechtmatige wijze heeft verkregen en dat deze buiten beschouwing moet worden gelaten. In de ‘Gedragscode Persoonlijk Onderzoek’ van het Verbond van Verzekeraars van januari 2004 is ‘Persoonlijk Onderzoek’ gedefinieerd als “Een deel van het feitenonderzoek dan wel een (zelfstandig) onderzoek naar de gedragingen van betrokkene, dat wordt ingesteld in verband met (uitkomsten van) het feitenonderzoek.” Naar deze – brede – definitie is wellicht sprake van een persoonlijk onderzoek bij het doen van een internetonderzoek. Deze wijze van onderzoek grijpt echter niet sterk in op de persoonlijke levenssfeer. Het betreft uitsluitend algemeen toegankelijke informatie die met google eenvoudig voor een ieder te vinden is, dus ook voor Aegon, en waarbij geen sprake is van stelselmatig observeren of van het gebruik van bijzondere onderzoeksmethoden. Het hof acht deze wijze van onderzoek in deze situatie, waarin Aegon discrepanties vermoedde tussen de verschillende verklaringen van [appellant], niet in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Van onrechtmatigheid is dan geen sprake. Het verweer dat de van internet verkregen gegevens buiten beschouwing dienen te worden gelaten, wordt dan ook verworpen.”

In deze uitspraak heeft het gerechtshof dus geoordeeld dat een internetonderzoek wellicht sprake is van een persoonlijk onderzoek in de zin van de GPO, maar dat het door AEGON verrichtte onderzoek in elk geval niet onrechtmatig was.

In een andere zaak waarin eveneens het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 9 februari 2016 arrest wees, heeft het gerechtshof zich minder voorzicht uitgedrukt.

Het tweede arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

In deze zaak had Nationale Nederlanden (NN) internetonderzoek gedaan en observaties laten doen vanwege de stelling van een benadeelde dat zij als gevolg van het letsel waarvoor NN aansprakelijkheid had erkend, klachten en beperkingen had.

Ook in deze uitspraak is het gerechtshof ingegaan op het onderscheid tussen een feitenonderzoek en een persoonlijk onderzoek, zoals bedoeld in de GPO:

“Tussen partijen staat niet ter discussie dat de vanaf juni 2013 verrichte observaties zijn te beschouwen als een persoonlijk onderzoek in de zin van de GPO. Zij verschillen over het antwoord op de vraag of ook het door NN verrichte deskonderzoek heeft te gelden als een persoonlijk onderzoek. Naar het oordeel van het hof is dat niet het geval voor wat betreft het deskonderzoek dat door [X] in mei 2013 is verricht (vgl. rechtsoverweging 6.2 onder a. en b.). Bij dat deskonderzoek heeft NN aanvankelijk slechts interne bronnen – de FISH-databank – geraadpleegd en vervolgens alleen algemeen toegankelijke internetsites. Om die sites te kunnen raadplegen heeft NN zich geen bijzondere moeite hoeven te getroosten. [X] kon volstaan met het googelen op de naam van [appellante] en hoefde zich geen toegang te verschaffen tot (gedeeltelijk) afgeschermde informatie. [appellante] heeft deze informatie, door die op algemeen toegankelijke sites te plaatsen, aan eenieder, en derhalve ook aan NN, beschikbaar gesteld en toen [X] op zoek ging naar deze algemeen toegankelijke informatie maakte NN nog geen gebruik van bijzondere onderzoeksmethoden of -middelen. Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van het hof sprake van een feitenonderzoek.”

Kortom, het gerechtshof lijkt in deze recentere uitspraak minder voorzichtig door te oordelen dat het raadplegen van openbare bronnen op internet niet kan worden beschouwd als het verrichten van een persoonlijk onderzoek zoals bedoeld in de GPO.

Echter, het gerechtshof heeft nog wel benadrukt dat als de fase van het persoonlijk onderzoek om een andere reden al is ingegaan, bijvoorbeeld omdat er al wordt geobserveerd, dan zal het raadplegen van internet gedurende die periode wél worden beschouwd als het doen van een persoonlijk onderzoek in de zin van de GPO.

Conclusie

Vaak wordt al bij het raadplegen van openbare bronnen op internet gesteld dat daarmee sprake is van een ‘persoonlijk onderzoek’ en dat daarom de GPO van toepassing is. In de eerdere uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 oktober 2015 was nog voorzichtig geoordeeld dat het raadplegen van het internet wellicht kon worden beschouwd als een persoonlijk onderzoek zoals bedoeld in de GPO. In de latere uitspraak van 9 februari 2016 echter, heeft hetzelfde gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de knoop doorgehakt en vrij stellig geoordeeld dat het raadplegen van openbare internetbronnen slechts een feitenonderzoek is en dus geen persoonlijk onderzoek betreft waarop de GPO van toepassing is.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen